Concurrentiebeding houdt geen stand onder de Wet Werk & Zekerheid

Vorige week heeft de kantonrechter in Amsterdam geoordeeld dat een concurrentiebeding in een bepaalde tijd contract geen stand houdt wegens het ontbreken van zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen.

De situatie was als volgt. In maart 2015 is met de werknemer, consultant banking & insurance, een (tweede) arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten met daarin een concurrentie– en relatiebeding opgenomen. Hierin zijn tevens de zwaarwegende bedrijfsbelangen omschreven die –samengevat – bestaan uit de investering van werkgever in de opleiding van haar medewerkers en daarnaast de verworven kennis van het netwerk en marktgebied van werkgever.

De rechter oordeelt allereerst dat het concurrentiebeding aan de formele vereisten voldoet aangezien de zwaarwegende bedrijfsbelangen duidelijk zijn omschreven in de arbeidsovereenkomst en dus kenbaar waren.

Echter, inhoudelijk stelt de rechter dat het concurrentiebeding niet noodzakelijk is wegens zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Blijkens de parlementaire geschiedenis kan die noodzaak aanwezig zijn bij een specifieke functie of werkzaamheden, hetgeen hier niet het geval is.
Bovendien zijn de zwaarwegende bedrijfsbelangen onvoldoende concreet gemaakt. Een omschrijving van de specifieke kennis en/of vertrouwelijke bedrijfsinformatie ontbreekt. De werkgever heeft onvoldoende onderbouwd waarom de bescherming van haar belangen niet had kunnen worden ondervangen in een studiekosten- en/of geheimhoudingsbeding. Derhalve houdt het concurrentiebeding in kort geding geen stand. 

Kan een concurrentie- en/of relatiebeding dan helemaal niet meer worden opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd?

Nee, dat kan wel mits er daadwerkelijk sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Deze uitspraak onderstreept dat hiervoor een zware toets geldt. Een algemene omschrijving in de arbeidsovereenkomst volstaat niet. De belangen van werkgever zullen concreet per werknemer, functie en/of werkzaamheden moeten worden omschreven en uitgewerkt. Waarbij steeds de vraag kan worden gesteld: beschermt een geheimhoudingsbeding en/of studiekostenbeding niet voldoende de belangen van werkgever?

Datum: 11-08-2015