Jouw leaseauto wegbezuinigen, mag dat zomaar?


Aan nieuwe medewerkers wordt minder snel een auto verstrekt, maar ook werknemers die al in dienst zijn, moeten soms hun auto inleveren als bedrijven besluiten te bezuinigen op hun leaseautoregeling. Maar mag dat wel?

 

Bedrijven die willen bezuinigen omdat de crisis maar blijft voortduren, nemen vaak ook hun leaseautoregeling op de schop. Nieuwe medewerkers krijgen minder snel een auto van de zaak. Werknemers die al een leaseauto rijden, mogen hun contract uitrijden en moeten hun auto dan inleveren. Maar dat laatste mag niet zomaar, blijkt uit een recente uitspraak van het Gerechtshof: de werkgever moet wel heel zwaarwegende belangen hebben voor hij iemand zijn leaseauto mag afnemen. 


Zes werknemers van een grote Nederlandse bank hadden een zaak aangespannen omdat zij hun auto moesten inleveren. In hun arbeidsovereenkomst stond dat zij, vanwege de functieschaal waar zij in zaten, recht hadden op een leaseauto. Met daarbij het voorbehoud dat de directie van de bank uiteindelijk zou beslissen wie er daadwerkelijk een kreeg. Later besloot de bank dat niet iedere werknemer in deze functieschaal meer voor een auto in aanmerking kwam, maar dat er een overgangsmaatregel zou komen voor medewerkers die vóór september 2002 in dienst waren getreden. Zij mochten hun auto houden. Dit gold ook voor de zes werknemers. Door de economische crisis moest de bank echter bezuinigen en schafte deze overgangsmaatregel af. De werknemers mochten hun leasecontract ‘uitrijden' en moesten daarna hun auto inleveren. De ondernemingsraad stemde in met deze maatregel.


Maar de zes werknemers gingen niet akkoord en stapten naar de kantonrechter. Zij betoogden dat de leaseauto inmiddels een arbeidsvoorwaarde was geworden en dat inleveren ingrijpende gevolgen voor ze zou hebben.
Volgens de bank was de leaseauto helemaal geen arbeidsvoorwaarde, maar een faciliteit. En als de auto wel als arbeidsvoorwaarde zou worden aangemerkt, was er nu een ‘zwaarwichtig belang' aanwezig om die ‘eenzijdig te wijzigingen', aangezien er bezuinigd moest worden.


De kantonrechter stelde de werknemers in het gelijk, waarop de bank in hoger beroep ging. Het Gerechtshof vond de kwestie ‘wel of geen arbeidsvoorwaarde' helemaal niet relevant: de bank moet hoe dan ook een zwaarwichtig belang hebben om deze regeling te beëindigen, aangezien dat besluit grote impact heeft op de betreffende werknemers. En dat zwaarwichtige belang had de bank niet, volgens het Hof. Het betrof immers maar een kleine groep werknemers en voor de hen is het beëindigen van de leaseautoregeling veel ingrijpender dan voor de bank. Ook de eerdere toezegging van de bank dat deze werknemers, zolang zij in de betreffende functieschaal zouden werken, recht hadden op een leaseauto, telt zwaar mee. De werknemers mogen hun leaseauto houden.


Bron: Intermediair & auteur: Diana Simons

 

 

img00000321.jpg

Datum: 17-11-2011